In deze farmacotherapeutische richtlijn zijn de gegevens in de paragrafen ‘Achtergronden’ en ‘Diagnostiek’ voornamelijk ontleend aan bestaande richtlijnen, overzichtsartikelen en leerboeken. Het farmacotherapeutisch beleid is zo veel mogelijk gebaseerd op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek (systematische reviews en RCT’s).
Inleiding
Intertrigo of ‘smetten’ is een inflammatoire huidaandoening die is gelokaliseerd in huidplooien. Voorkeursplaatsen zijn de huidplooien onder de borsten, in de liezen en tussen de tenen. De huidaandoening is te herkennen aan (nattend) erytheem in de huidplooien, waarbij soms ook fissuren en erosies voorkomen. Vaak zijn er geen klachten, hoewel jeuk, branderige pijn en een onaangename geur aanwezig kunnen zijn.Noot 1
Achtergronden
Epidemiologie
De incidentie van intertrigo is niet precies bekend. Intertrigo valt in de ICPC-codering onder S88 ‘Contacteczeem/ander eczeem’ en S75.3 ‘Moniliasis/candidiasis’. De incidentie hiervan is in de huisartsenpraktijk respectievelijk 26,4 per 1000 en 5,3 per 1000 patiënten per jaar.Noot 2
Etiologie
Intertrigo wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van wrijving, warmte en vocht. Bevorderende factoren zijn adipositas, overmatige transpiratie, incontinentie, onvoldoende hygiëne en strak zittende kleding. Een secundaire infectie met bacteriën (onder andere Staphylococcus aureus, streptokokken en Corynebacterium minutissimum) of schimmels kan intertrigo verergeren. Het onderscheid tussen ‘primair’ intertrigo en een (secundaire) mycotische of bacteriële infectie in de huidplooi kan lastig zijn.Noot 3
Diagnostiek en differentiaaldiagnose
Intertrigo is te herkennen aan de klinische kenmerken zoals genoemd in de inleiding. Voor de differentiaaldiagnose moet vooral worden gedacht aan een (secundaire) schimmel- of bacteriële infectie. Een schimmelinfectie is waarschijnlijker bij de aanwezigheid van een felrood, scherp begrensd erytheem met randschilfering en satellietlaesies. Een stafylokokken- of streptokokkeninfectie veroorzaakt een crusteuze, pussende en soms riekende felrode laesie. Bij een infectie met C. minutissimum (erythrasma) kan het erytheem bruin van kleur zijn, met een lichte diffuse schilfering. Andere oorzaken van intertrigineus gelokaliseerde huidafwijkingen zijn seborroïsch eczeem (roodheid met dikke, gele en vettige schilfering) en psoriasis inversa (in huidplooien doorgaans geen schilfering, vaak meer verheven, meestal elders ook erupties).
Beleid
Preventie en niet-medicamenteuze adviezenNoot 4
- Vermijd factoren die maceratie van de huid bevorderen, zoals warmte, vocht en wrijving.
- Was de huidplooien eenmaal daags (gebruik bij voorkeur weinig zeep); maak de aangedane huidplooien daarna goed droog.
- Draag bij voorkeur katoenen ondergoed en ruimzittende kleding en verschoon de kleding regelmatig.
- Adviseer bij hevig intertrigo met een sterk nattend aspect vochtige verbanden indien het gebruik van verband praktisch gezien mogelijk is (blijft soms slecht zitten). Hiervoor kan scheurlinnen of Engels pluksel met (kraan)water of fysiologische zoutoplossing worden gebruikt.
Medicamenteuze behandeling
Zie noot 5 voor de onderbouwing van de medicamenteuze mogelijkheden.Noot 5
- Adviseer zinkoxidesmeersel FNA (zinkolie) of zinkoxidevaselinecrème 10% indien het intertrigo niet (meer) sterk nattend is. Na behandeling kunnen de ingedroogde resten met arachideolie worden verwijderd.
- Indien de klachten niet verbeteren of hevige jeuk of pijn op de voorgrond staat, kan gedurende tien dagen hydrocortisoncrème 1% (2 dd dun aanbrengen) worden geprobeerd.
- Bij aanwijzingen voor een schimmelinfectie heeft behandeling met miconazolcrème 2% (2 dd totdat de klachten over zijn of gedurende vier weken) de voorkeur (zie ook NHG-Standaard Dermatomycosen). Bij hevige jeuk of pijn kan hydrocortisoncrème 1% gedurende tien dagen aan de behandeling worden toegevoegd (2 dd dun aanbrengen). Hiervoor kan het combinatiepreparaat met miconazolcrème 2% en hydrocortisoncrème 1% worden voorgeschreven. Ook bij erythrasma wordt behandeling met miconazolcrème aanbevolen (zie NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties).
- Bij aanwijzingen voor een streptokokken- of stafylokokkeninfectie (impetiginisatie) wordt fusidinezuurzalf 20 mg/g aanbevolen.
Totstandkoming
De Farmacotherapeutische richtlijn Intertrigo werd ontwikkeld in samenwerking met dr. J.A.H. Eekhof en dr. A. Knuistingh Neven. Op de concepttekst is commentaar geleverd door de volgende referenten: Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAp) en College voor zorgverzekeringen (CVZ). Vermelding als referent betekent overigens niet dat de referent de richtlijn inhoudelijk op elk detail onderschrijft. In september 2006 werd de richtlijn becommentarieerd en geautoriseerd door de NHG-Autorisatiecommissie.
© 2007 Nederlands Huisartsen Genootschap
Reacties
Er zijn nog geen reacties.