Nieuws

Meer Nieuws

Wetenschap

Meer Wetenschap
Een zwelling in het oor

Diagnose à vue

Door
  • Bart van de Weg

Een 36-jarige man met een verstandelijke beperking komt na een rondje fietsen terug met een zwelling op zijn rechteroorschelp. De zwelling is iets gevoelig, maar niet echt pijnlijk. Hij heeft geen insectensteek of klap opgemerkt. De man heeft astma en allergieën en gebruikt geen medicatie.

Zijn begeleiders maken zich zorgen en bellen de huisartsenpost. De dienstdoende huisarts ziet een niet-zieke, hemodynamisch stabiele man zonder koorts, met een onregelmatige, paarse, niet-warme, fluctuerende verdikking van de voorzijde van de rechteroorschelp. De diagnose van de huisarts is een allergische reactie op een insectenbeet. Vanwege twijfel over de oorzaak van de klachten, het onduidelijke verhaal en de kwetsbaarheid van deze man krijgt hij onder de werkdiagnose ‘infectie’ een pragmatische behandeling met amoxicilline/clavulaanzuur en een antihistaminicum. De zwelling verbetert daarna niet.

Na 2 weken is de zwelling nog steeds aanwezig en meldt de man zich bij zijn eigen huisarts, op initiatief van zijn begeleiders. Het oor is gevoelig als hij erop ligt, maar verder niet. Bij palpatie fluctueert de zwelling en is deze gevoelig. De huisarts twijfelt aan de gestelde diagnose en stuurt foto’s naar de kno-arts. Deze denkt dat het een hematoom kan zijn. In overleg met de moeder van de patiënt wordt besloten niet in te grijpen. Een week later bij de controleafspraak is de zwelling behoorlijk gegroeid en blijft deze fluctueren bij palpatie. De twijfel slaat opnieuw toe, wat is hier aan de hand?

Wat is je diagnose?
 

Praktijk

Meer Praktijk

Richtlijn

Meer Richtlijn
Huisarts Kennis Quiz

Slechthorendheid

Aios Esma en haar opleider doen tijdens een avonddienst een visite bij meneer Bor, 83 jaar. Zijn buurman heeft de huisartsenpost voor hem gebeld in verband met buikpijn, maar de buurman kent meneer Bor verder niet goed. Meneer Bor is weduwnaar en woont alleen. Nadat het geluid van de televisie is uitgezet, blijkt de communicatie door slechthorendheid van meneer Bor moeizaam te verlopen. De aios spreekt rustig en articuleert duidelijk, ook houdt ze oogcontact met meneer Bor. Desondanks lukt het niet goed om een anamnese af te nemen. De aios vraagt haar opleider wat ze nu het beste kan doen. Wat is in deze situatie het meest aangewezen?