Belangrijkste wijzigingen
- Behandeling met hydrochinoncrème wordt afgeraden.
- Indien medicamenteuze behandeling is gewenst kan behandeling met azelaïnezuurcrème worden geprobeerd.
Inleiding
Melasma (van het Griekse ‘melas’, zwart) is een verworven hyperpigmentatie van het gelaat (melanosis faciei). Synoniemen zijn chloasma en melanoderma. Het beeld is het meest bekend bij vrouwen maar komt ook bij mannen voor. Melasma dat tijdens de zwangerschap ontstaat, wordt zwangerschapsmasker genoemd. Bij melasma vertoont het gelaat een grillig patroon van vlekkerige, solitaire of symmetrische hyperpigmentaties van de huid, vooral op het voorhoofd, de wangen, rond de ogen en bij de bovenlip. Meestal bezoekt de patiënt de huisarts omdat de hyperpigmentaties in het gelaat als cosmetisch storend worden ervaren.
Achtergronden
Epidemiologie
De prevalentie van melasma in de huisartsenpraktijk is niet bekend.Noot 1
Pathofysiologie en etiologie
Melasma ontstaat door een toename van de activiteit van de melanineproducerende melanocyten, die zich diep in de opperhuid of in de diepere huidlagen bevinden. Het enzym tyrosinase en het melanocytenstimulerend hormoon (MSH) stimuleren de productie van melanine. Een verhoogde MSH-spiegel in combinatie met verhoogde oestrogeen- en progesteronspiegels spelen waarschijnlijk een rol bij het ontstaan van melasma tijdens de zwangerschap (chloasma gravidarum).Noot 2 Naast zwangerschap worden als uitlokkende factoren ook genoemd: blootstelling aan zonlicht en UV-straling (zonnebank), gebruik van geneesmiddelen (anticonceptiepil, spironolacton, fenytoïne) en cosmetica met bestanddelen die fototoxische of fotoallergische reacties kunnen veroorzaken.Noot 3 Bij patiënten met een donker huidtype (Spaans, Aziatisch, Latijns-Amerikaans) komt melasma vaker voor. Melasma in de zwangerschap verdwijnt vaak binnen een jaar post partum. Vermoedelijk verhoogt starten met de anticonceptiepil de kans op het ontstaan of verergeren van melasma wanneer een vrouw een zwangerschapsmasker heeft of gehad heeft. Melasma dat tijdens pilgebruik ontstaat, kan voortduren nadat men met de pil gestopt is. Vaak neemt, door blootstelling aan zonlicht, de intensiteit van melasma toe tijdens de zomer en af tijdens de winterperiode.
Diagnostiek
Anamnese
De huisarts vraagt naar:
- duur, beloop en ervaren hinder van de huidaandoening;
- mate van blootstelling aan zonlicht en zonnebankgebruik;
- zwangerschap of relatie met zwangerschap;
- geneesmiddelgebruik (zoals anticonceptiepil, spironolacton en fenytoïne);
- gebruik van cosmetica met mogelijk fototoxische of fotoallergische bestanddelen.
Lichamelijk onderzoek
Het lichamelijk onderzoek omvat inspectie van de aangedane huid. De huisarts let hierbij op de matig tot scherp begrensde (donker)bruin en grillig gevormde plekken. De plekken bevinden zich vaak op het voorhoofd, bij de bovenlip en rond de ogen maar kunnen zich ook in de hals of nek bevinden.
Evaluatie en differentiaaldiagnose
De diagnose is meestal eenvoudig te stellen op basis van de anamnese en de kenmerkende huidverschijnselen. Denk voor de differentiaaldiagnose aan sproeten (efeliden), levervlekken (lentigo solaris, lentigo senilis), postinflammatoire hyperpigmentatie en horinaevus bij patiënten van Aziatische afkomst.Noot 4
Beleid
Het effect van medicamenteuze behandelingen van melasma wordt beperkt door het wisselende beloop van de aandoening en door de kans op bijwerkingen van de beschikbare middelen. Deze bijwerkingen, zoals huidirritatie en hyperpigmentatie, kunnen vooral optreden bij patiënten met een donker huidtype. Bovendien is de werkzaamheid van de beschikbare middelen slecht onderbouwd. Er is geen onderzoek gevonden waarin het oordeel van de patiënt als uitkomstmaat werd genomen, en onderzoek naar de effectiviteit in de Nederlandse populatie – die overwegend een licht huidtype heeft – ontbreekt. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de effectiviteit bij patiënten met een licht huidtype verschilt van die van patiënten met een donker huidtype. Over de langetermijneffecten van de verschillende behandelingen en over de kans op recidieven is weinig bekend. Terughoudendheid bij het starten van medicamenteuze behandeling is op zijn plaats en tijdens zwangerschap of lactatie is het raadzaam alleen niet-medicamenteus te behandelen.Noot 5 Het nut van licht- en lasertherapie bij melasma is onvoldoende aangetoond.
In de literatuur beschreven behandelopties
Het werkingsmechanisme van de verschillende behandelingen is meestal gericht op vermindering van de blootstelling aan zon en UV-licht (zonnebrandcrème), remming van tyrosinase (hydrochinon, tretinoïne, azelaïnezuur) of verwijdering van melanine (huidafschilferende middelen en technieken).
Waarschijnlijk gunstig effect en klein risico op bijwerkingen:
- azelaïnezuurcrème 20% FNA.Noot 14
Waarschijnlijk gunstig effect maar mogelijk risico op (ernstige) bijwerkingen:
Effectiviteit onduidelijk en/of risico op bijwerkingen:
Voorlichting, preventie en niet-medicamenteuze adviezen
Het is van belang de patiënt te melden dat er weinig mogelijkheden voor behandeling zijn. Adviseer het gebruik van cosmetica met fototoxische of fotoallergische bestanddelen te staken. Overweeg in samenspraak met de patiënt in plaats van de anticonceptiepil een alternatieve anticonceptiemethode te kiezen. Gebruik van camouflagecrème kan een zinvol alternatief zijn voor medicamenteuze behandeling. Adviseer om zonlicht zoveel mogelijk te vermijden en raad het gebruik van een zonnebank af. Adviseer (vooral in de zomer) op het gelaat een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (> 30) te gebruiken.
Medicamenteuze behandeling
Bij patiënten met een persisterend en cosmetisch storend melasma kan eventueel behandeling met azelaïnezuurcrème 20% (FNA) 2 dd gedurende twee tot drie maanden worden geprobeerd. Het middel is vooral bij patiënten met een donker huidtype onderzocht, weinig is bekend over de effectiviteit bij patiënten met een pigmentarme huid. Om de kans op bijwerkingen of irritatie van de huid in te schatten kan azelaïnezuurcrème 2 dd gedurende één week worden toegepast in de elleboogplooi. Blijft irritatie uit, dan kan worden overgegaan tot behandeling van het melasma. Behandeling met lokaal hydrochinon in de huisartsenpraktijk wordt afgeraden met het oog op de mogelijke carcinogeniteit van hydrochinon en onduidelijkheid over de effectiviteit. Dit geldt ook voor de triplecrème. Door het gebrek aan onderzoek naar de effectiviteit is (nog) onduidelijk welke plaats de behandeling met lokaal tretinoïne en de overige behandelingen innemen.
Controle en verwijzing
Controleer na twee maanden het effect van azelaïnezuur. Wanneer de (al dan niet medicamenteuze) behandeling onvoldoende effect heeft en de patiënt veel hinder ondervindt, kan deze worden verwezen naar een dermatoloog met kennis van pigmentstoornissen of naar de Stichting Nederlands Instituut voor Pigmentstoornissen (SNIP, http://www.pigmentdisorders.com). Daar kunnen eventueel verdere behandelingen, bijvoorbeeld met huidafschilferende technieken, of een behandelingsadvies gegeven worden.
Totstandkoming
De NHG-Farmacotherapeutische richtlijnen zijn zonder ondersteuning van een werkgroep en met een beperkte commentaarronde tot stand gekomen. De gegevens in de paragrafen ‘Achtergronden’ en ‘Diagnostiek’ zijn voornamelijk ontleend aan bestaande richtlijnen, overzichtsartikelen en leerboeken. Het farmacotherapeutisch beleid is zoveel mogelijk gebaseerd op de resultaten van wetenschappelijke onderzoeksartikelen (systematische reviews, meta-analyses en RCT’s). Commentaar is ontvangen van het CVZ, het WINAp en dr. J.P.W van der Veen, dermatoloog aan het Nederlands Instituut voor Pigmentstoornissen. Vermelding als referent betekent niet dat de referent de richtlijn inhoudelijk op elk detail onderschrijft. In juni 2008 werd de concepttekst becommentarieerd en geautoriseerd door de NHG-Autorisatiecommissie.
© 2008 Nederlands Huisartsen Genootschap
Reacties
Er zijn nog geen reacties.