Samen met een 85-jarige vrouw – bij wie we eerder de diagnose dementie hadden gesteld – formuleerden we een individueel zorgbehandelplan. De patiënte wilde zelf zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Daarom zetten we casemanagement dementie in. De casemanager dementie voorziet in psycho-educatie, en biedt ondersteuning bij het leren omgaan met het gedrag van de patiënt, bij het leveren van zorg, op het sociale vlak en voor mantelzorgers. Ook ondersteunt de casemanager bij het aanvragen van een WLZ-indicatie of crisisopname.
Slaagt een casemanager dementie erin de patiënt langer thuis te laten wonen? De herziene NHG-Standaard Dementie geeft geen antwoord op die vraag.1 Ook de handreiking Diagnostiek van dementie van de Vereniging van Specialisten Ouderengeneeskunde (Verenso) doet daarover geen uitspraak.2 Volgens de richtlijn Dementie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG) kan casemanagement dementie opname in een verpleeghuis niet uitstellen, hoewel de bewijskracht daarvan laag is.3 Deze richtlijnen zijn reeds enkele jaren oud of doen geen uitspraak over de vraag of casemanagement dementie opname in een verpleeghuis kan uitstellen. Levert systematisch literatuuronderzoek nieuwe inzichten op?
Zoekstrategie
De PICO luidde: kan casemanagement dementie (I) bij patiënten met dementie (P) opname in het verpleeghuis uitstellen (O) ten opzichte van geen casemanagement (C)? De Cochrane-database leverde 1 meta-analyse op. Op 16 maart 2022 werd gezocht in PubMed vanaf 2005, met de volgende zoektermen: (“dementia”[MeSH Terms] OR “dementia”[All Fields]) AND (“case managers”[MeSH Terms] OR “case managers” [All Fields] OR “case manager”[All Fields] OR “case management”[all fields] OR “home support”[all fields]). Dat leverde 282 resultaten op. Een filter op systematische literatuuronderzoeken en meta-analyses resulteerde in 30 artikelen. Op basis van titel, samenvatting en inhoud bleven er 3 meta-analyses over. De kwaliteit beoordeelden we met de critical appraisal-criteria van het Centre of Evidence-based Medicine.4 Twee artikelen waren van methodologisch hoge kwaliteit.67 Het derde artikel was van voldoende hoge kwaliteit.5
Resultaten
De uitkomsten van de artikelen staan in de [tabel]. Luker en collega’s includeerden 5 RCT’s die de PICO-vraag beantwoorden.5 Reiley en collega’s hanteerden een bredere zoekstrategie en includeerden daarom 9 verschillende RCT’s, waarvan 2 onderzoeken overeenkomen met die van Luker en collega’s.6 Ook Tam-Tham en collega’s includeerden deze onderzoeken.7 Zij namen verder 2 onderzoeken op die Reiley en collega’s ook includeerden.
De RCT’s die Luker en collega’s voor hun analyse gebruikten betreffen vooral op dementie gerichte complexe interventies, die multifactorieel en persoonsgebonden zijn, en waarbij casemanagement de belangrijkste component was. Reiley en collega’s doen hetzelfde, maar wijzen daarbij op de variatie die er desondanks bestaat, bijvoorbeeld in het aanbod van casemanagementinterventies, de doelpopulatie, de mate van invloed op de toewijzing van de zorg, en de intensiteit en duur. Tam-Tham en collega’s zien ook dat de vorm van casemanagement varieert, bijvoorbeeld betrokkenheid van een enkele casemanager versus een multidisciplinair team, huisbezoeken versus telefonisch contact en een eenmalig versus herhaald contact. Ook wijzen ze erop dat de controlegroepen varieerden van alleen informatiemateriaal tot laagintensief casemanagement.
Tam-Tham en collega’s concluderen dat casemanagement de kans op opname in een verpleeghuis op de korte termijn significant kan verkleinen. Vanaf 18 maanden na de start van het casemanagement verdwijnt het effect. De analyse van Luker en collega’s is niet gestratificeerd naar follow-upduur. Toch vinden zij een klein significant verschil in het voordeel van casemanagement. Casemanagement dementie moet dan echter wel onderdeel zijn van een multifactorieel, op de individuele patiënt gericht aanbod van interventies. Ook de meta-analyse van Reiley en collega’s laat zien dat casemanagement in de periode van 0 tot 18 maanden na de start ervan tot uitstel van opname in een verpleeghuis leidt.
Beschouwing
Uit de 3 meta-analyses blijkt dat casemanagement dementie de kans op opname in een verpleeghuis op de korte termijn (0 tot 18 maanden) kan verlagen. Op de lange termijn lijkt er geen verschil meer te zijn tussen patiënten met en patiënten zonder casemanagement.
Er vallen enkele kanttekeningen te plaatsen bij de interpretatie van de uitkomsten. De functie casemanager is op verschillende manieren in te vullen. Zo kan het een op zichzelf staande interventie betreffen, waarbij alleen sprake is van informatievoorziening, maar het kan ook om een multifactorieel aanbod van interventies gaan. De achtergrond, opleiding en thuisbasis van de casemanagers variëren per onderzoek en land. Ook zijn er verschillen in de manier waarop landen patiënten ondersteuning bieden, bijvoorbeeld wat betreft de toegang tot een arts, dagbestedingsmogelijkheden en sociale ondersteuning. Casemanagement is geen uniforme interventie, wat ook tot uiting komt in de heterogeniteit die we in alle meta-analyses zien. Bedenk verder dat er maar 2 Nederlandse RCT’s zijn geïncludeerd, die een relatief kleine onderzoekspopulatie hadden en tegenstrijdige resultaten lieten zien.89
Conclusie
Op basis van de gevonden onderzoeken kunnen we concluderen dat casemanagement dementie uitstel van opname in een verpleeghuis mogelijk maakt. Daarnaast kunnen er uiteraard tal van andere redenen zijn om casemanagement in te zetten.
Onderzoek | Follow-upduur | RCT’s | Ncase | % opname | N controle | % opname | Resultaat |
---|---|---|---|---|---|---|---|
Luker et al.5 | nee | 5 | 531 | 13,4 | 611 | 17,7 | ARR –0,04, 95%-BI –0,09 tot –0,01p = 0,02; I2 = 55% |
Reiley et al.6 | 6 maanden | 6 | 2956 | 9,5 | 2785 | 11,4 | OR 0,82, 95%-BI 0,69 tot 0,98p = 0,02; I2 = 0% |
10–12 maanden | 9 | 3093 | 18,9 | 2897 | 19,8 | OR 0,95, 95%-BI 0,83 tot 1,08p = 0,43; I2 = 48% | |
18 maanden | 4 | 185 | 3,2 | 178 | 12,4 | OR 0,25, 95%-BI 0,10 tot 0,61p = 0,003; I2 = 0% | |
24 maanden | 2 | 106 | 22,6 | 95 | 22,1 | OR 1,03, 95%-BI 0,52 tot 2,03p = 0,94; I2 = 0% | |
Tam-Tham et al.7 | < 18 maanden | 5 | 298 | 15,1 | 225 | 22,7 | Pooled RR 0,61, 95%-BI 0,41 tot 0,91p = 0,015; I2 = 5,1% |
18 maanden | 4 | 301 | 14,6 | 244 | 16,4 | Pooled RR 0,95, 95%-BI 0,62 tot 1,46p = 0,827; I2 = 9,7% | |
> 18 maanden | 7 | 4658 | 43,9 | 4440 | 43,2 | Pooled RR 1,01, 95%-BI 0,97 tot 1,06p = 0,654; I2 = 0.0% |
Reacties
Er zijn nog geen reacties.