Opinie

De Nederlandse huisartsenzorg kraakt én toont veerkracht

Gepubliceerd
20 maart 2024
Leestijd
7
minuten
Een goed functionerende huisartsenzorg is van groot maatschappelijk belang vanuit verschillende perspectieven. De Nederlandse huisartsenzorg wordt internationaal gezien als lichtend voorbeeld, maar de vraag is of het huidige model toekomstbestendig is. De huisartsenzorg kraakt door de toenemende werkdruk en personele problemen. De huisartsopleiding heeft moeite om beschikbare opleidingsplaatsen in te vullen, jonge huisartsen aarzelen om praktijkhouder te worden en steeds meer huisartsen stoppen voortijdig. Commerciële ketens nemen huisartsenpraktijken over, met het risico op kwalitatief minder goede zorg tegen hogere kosten. Hoog tijd om veerkracht te tonen en de parel van onze gezondheidszorg op te poetsen.
9 reacties
Huisarts op visite
Het is cruciaal om het imago van de huisartsenzorg te verbeteren met positieve voorbeelden.
© Margot Scheerder

Een sterke huisartsenzorg leidt tot minder specialistische verwijzingen, minder kosten en minder sterfte. 1 4 De Nederlandse huisartsenzorg is hierbij, ook volgens een recente inventarisatie, internationaal toonaangevend. 4 De vraag is echter of dit zo zal blijven. Veel huisartsenpraktijken rapporteren toenemende werkdruk. Deze wordt mede veroorzaakt door substitutie van zorg vanuit ziekenhuizen, dubbele vergrijzing en verschraling van de ouderenzorg en de ggz. Ook zijn er problemen met het vinden van assistentes en waarnemend huisartsen. Ten slotte aarzelen jonge huisartsen om praktijkhouder te worden. Voor hen zijn de randvoorwaarden als waarnemer gunstiger dan wanneer zij zich vestigen als praktijkhouder, zowel zakelijk, als privé. 1 , 5 - 10

Wij bezochten als huisartsen-auditoren voor de NHG-Praktijkaccreditering (NPA) ongeveer 300 praktijken. Ondanks bovengenoemde problemen is onze ervaring dat zeker 75% van de praktijkhouders en -teams veel werkplezier ervaren. 5 , 11 De medewerkers herkennen weliswaar genoemde problemen, maar gaan er veerkrachtig mee om. Natuurlijk gaat het om een selectie van praktijken, maar het kan: mooie innovaties op medisch en ICT-gebied, lean werken, taakdelegatie, scholing en aandacht voor teamsfeer en samenwerking zorgen voor een positief werkklimaat. 5 , 11

Van probleem naar kans

In dit artikel beschrijven we 7 problemen én daaraan gekoppelde kansen. Deze zijn gebaseerd op de gesprekken met de huisartsenpraktijkteams, aangevuld met adviezen vanuit de literatuur en van collega’s. De problemen met de ouderenzorg en ggz laten we hier buiten beschouwing.

Substitutie van ziekenhuiszorg

Probleem: Door bezuinigingen, wachttijden en een kortere opnameduur, verschuift de ziekenhuiszorg naar huisartsenpraktijken; overbelasting dreigt.

Kans: Weliswaar neemt de werkdruk toe door verplaatsing van zorg, maar het werk als huisarts wordt ook uitdagender en plezieriger; de ervaren werkdruk wordt minder. Door samenwerking tussen huisarts en specialist ontstaat een ‘wij samen’-cultuur. Gezamenlijke spreekuren en teleconsulten beperken verwijzingen en laten terugverwijzingen vlotter verlopen. 12 , 13 We zagen mooie voorbeelden van regio’s waarbij gespecialiseerde (kader)huisartsen, maar ook medisch specialisten in de eerste lijn ingezet worden voor bijvoorbeeld echografie, oogheelkunde, ouderengeneeskunde en chirurgische ingrepen. 14 , 15 Cruciaal zijn de randvoorwaarden: een dekkend consultatietarief, meer menskracht en meer tijd voor de patiënt. 16 Ook is belangrijk dat huisartsen meer tijd voor deze ‘plustaken’ krijgen door patiënten met laagcomplexe, enkelvoudige problemen te delegeren naar de assistentes en praktijkondersteuners.

Groter praktijkteam

Probleem: De capaciteit en expertise van praktijkteams is de afgelopen jaren sterk uitgebreid met praktijkondersteuners (POH-)somatiek, ouderen, jeugd en ggz, verpleegkundig specialisten (VS), praktijkassistentes met opleiding tot spreekuurondersteuner (SOH) en praktijkmanagers. In 2022 waren gemiddeld 10 personen in de praktijk werkzaam. 5 Deze personele ‘explosie’ vraagt veel managementvaardigheid van huisartsen op het personele, financiële en logistieke vlak. Hiervoor zijn huisartsen niet specifiek opgeleid en ze zijn er vaak ook niet in geïnteresseerd.

Kans: Voor de patiënt is dit uitgebreide team een hulp, vraagbaak en service in ‘gezondheidsland’. Om aan het team leiding te geven dient de huisarts een deel van de inhoudelijke coördinatie op te zich te nemen en daarvoor opgeleid te worden. Hierbij zijn training in leidinggeven, ondernemer- en praktijkhouderschap obligaat. Ook postdoctorale scholingen en coaching door ervaren (oud-)huisartsen kunnen hierbij behulpzaam zijn.

De praktijkhouder is geen solist meer, maar verdeelt samen met de andere praktijkhouders de managementtaken en wordt ondersteund door een praktijkmanager. Beginnende praktijkhouders vinden niet steeds het wiel uit, maar krijgen steun van Regionale Huisartsen Organisaties (RHO’s), die als ‘servicecentra’ praktijken ondersteunen bij werving en selectie van huisartsen en medewerkers, HR-management, ICT, financiële administratie, inkoop en scholing. 17

Minder nieuwe praktijkhouders

Probleem: Het aantal zelfstandig gevestigde huisartsen neemt af: van 84% in 2000 naar 61% in 2021. Binnen 6 jaar gaat bovendien 30% van de huidige praktijkhouders met pensioen. Huisartsen blijven daarbij frequenter en langer als waarnemer werken. 1 , 5 - 10 Steeds meer Nederlanders kunnen zich niet bij een huisarts inschrijven. 1 , 5 Commerciële bedrijven nemen praktijken over. 10 Er zijn vooral vestigingsproblemen bij solopraktijken in dunbevolkte gebieden, maar de problemen breiden zich uit; in de eerste plaats naar niet goed georganiseerde praktijken met achterstallig onderhoud. 5 Waarnemers en hidha’s zien het praktijkhouderschap niet als uitdaging, maar eerder als last. Bovendien is de functie van waarnemer (financieel) aantrekkelijker en wordt het werken in grote praktijken in een stedelijke omgeving vanwege keuzemogelijkheden en flexibiliteit meer gewaardeerd. 9 , 18

Kans: Hoewel het aantal solopraktijken afneemt en jonge artsen eerder kiezen voor grotere samenwerkingsverbanden, dienen de voordelen van kleinschaligheid en werken op het platteland met meer persoonlijke continuïteit en korte lijnen beter over het voetlicht te worden gebracht. Een meer evenwichtigere verdeling van huisartsen en waarnemers over het land en opvolging van ‘moeilijke’ praktijken is deels te bereiken door het gericht inzetten van financiële prikkels, te vergelijken met het werken in achterstandswijken.

Een mix van klein- en grootschaligheid is, in aanvulling op de financiële stimulans, dé oplossingsrichting voor het platteland. We zagen prachtige voorbeelden van regionale bundeling van losse dorpspraktijken in 1 kostenmaatschap, met 1 praktijkmanager, gezamenlijke triage, deels gezamenlijke inzet van assistentes en POH’s en verdeling van anderhalvelijnstaken door de huisartsen.

Vestigingskosten

Probleem: Waarnemend huisartsen die praktijkhouder willen worden, ervaren belemmeringen vanwege financiële onzekerheid bij grote investeringen in huisvesting en praktijkovername. 9

Kans: Landelijke en gemeentelijke overheden en zorgverzekeraars kunnen meer verantwoordelijkheid nemen met bijvoorbeeld startsubsidies of een inkomstengarantie. Om te beginnen in regio’s waar de nood het hoogst is, bij de voortzetting van praktijken met achterstallig onderhoud of bij onverwachte uitval van een praktijkhouder. De RHO’s kunnen praktijkovernames ondersteunen door de inzet van regionale experts (‘makelaars’) en ervaren huisartsen. Ze kunnen bijvoorbeeld helpen met het onafhankelijk vaststellen van de overnamesom om (verkapte) goodwill te voorkomen. 7 , 17

Ruimtegebrek

Probleem: Een toenemend aantal praktijken heeft ruimtegebrek door personele uitbreiding en de wens tot het opleiden van toekomstige collega’s. 8 Ruimtegebrek is soms op te lossen door een interne verbouwing of verhuizing; processen die tijd en energie vragen. De aanvraag van vergunningen geeft vaak problemen. Bij de planning van nieuwbouwwijken wordt in de meeste gevallen geen rekening gehouden met eerstelijns voorzieningen, zoals een huisartsenpraktijk. Veel gemeenten zien huisartsenpraktijken als zelfstandige ondernemingen, waar zij geen verantwoordelijkheid voor hoeven te nemen.

Kans: Hoewel op steeds meer plaatsen gemeenten meer verantwoordelijkheid nemen, is volgens ons ‘een wettelijke stok achter de deur’ nodig, waarbij gemeenten (net als in Scandinavië) verplicht worden tot actieve betrokkenheid bij de planning en uitvoering van verbouw of nieuwbouw. De huisartsenzorg is daarbij een ‘nutsvoorziening’. Overigens kan naast de RHO’s ook de Landelijke Huisartsvereniging (LHV) ondersteuning bieden bij huisvestingsperikelen. 7 , 17

Continuïteit in persoon

Probleem: Met het toegenomen aantal hulpverleners per patiënt neemt de persoonlijke continuïteit af; de zorgfragmentatie neemt toe. De huisarts is minder beschikbaar voor de ‘eigen’ patiënt. 19 Continuïteit in persoon, een van de kernwaarden van de huisartsgeneeskunde, staat hiermee onder druk. In tegenstelling tot de klassieke situatie, wonen huisartsen veelal niet in de praktijkregio, hebben gezinstaken en hebben wellicht een veranderende attitude. In 2000 was de gemiddelde werkweek van huisarts-praktijkhouders 50 uur. Nu werken de meeste huisartsen parttime, maar hebben (inclusief diensten, et cetera) nog een werkweek van 44 uur. 20

Kans: Persoonlijke continuïteit heeft plaatsgemaakt voor continuïteit van zorg. 19 Cruciaal daarbij is een goed toegankelijke en uniforme (regionale) dossiervoering en een zo klein mogelijk team van praktijkhouders én waarnemend huisartsen rond de patiënt. Een maximale (persoonlijke) continuïteit verdient extra stimulering en beloning in materiële en immateriële zin. Want hoe langer je zorg levert voor een ‘eigen’ groep patiënten, hoe groter de meerwaarde is voor zowel de dokter als de patiënt. 1 - 4

Negatieve beeldvorming huisarts

Probleem: Uitstroom door vergrijzing, parttime werken en vervroegd uittreden veroorzaken een huisartsentekort. Om dit tekort aan te vullen wordt het aantal opleidingsplaatsen uitgebreid van 870 nu naar 1035 in 2026. 20 Het is de vraag hoeveel dit oplevert, want er is helaas te weinig belangstelling voor de huisartsopleiding en opleidingsplaatsen blijven onvervuld. 1 , 8 , 9 , 22

Kans: Naast een negatief imago door berichten in de pers over de huisartsgeneeskunde, draagt de beroepsgroep zelf bij aan de negatieve beeldvorming door het accent te leggen op de negatieve kanten en knelpunten van het huisartsenvak. 8 , 9 Veel van de door ons bezochte praktijken propageren een ‘stop met klagen’. Zij ervaren de contacten met patiënten, collega’s en praktijkmedewerkers als positief stimulerend. Praktijkhouders zijn blij en trots dat ze buiten de muren van het ziekenhuis zelf richting kunnen geven aan een eigen praktijk. Bovendien draagt de band met een eigen vaste en diverse patiëntenpopulatie veel bij aan het vermeerderen van kennis en het delen van positieve ervaringen. Dit dient beter uitgedragen te worden, bijvoorbeeld door publiekscampagnes, het in de pers brengen van positieve voorbeelden, of via tv-series waarbij het huisartsenberoep positief wordt belicht. 21 Inmiddels heeft de Stichting Beroepsopleiding Huisarts de promotiecampagne ‘the next level doctor’ gelanceerd. 22

De interesse voor de huisartsgeneeskunde kan ook bevorderd worden door het betrekken van medisch studenten of aniossen bij de praktijk of de huisartsenpost als (junior) triagist of baliemedewerker. Zij kunnen onder supervisie van de huisarts worden ingezet bij laag complexe consulten. Het mes snijdt aan 2 kanten: het helpt de werkdruk te verlichten en het stimuleert de belangstelling voor het vak. 23 - 24

Ten slotte kan ook gedacht worden aan medisch specialisten, vanuit interesse of het ontbreken van een passende werkplek in de tweede lijn. Zij kunnen als zij-instromers de aangepaste huisartsopleiding volgen of als expert in de anderhalvelijnszorg worden ingezet.

Mooie praktijkvoorbeelden

Een goed functionerende huisartsenzorg is belangrijk voor de samenleving en de gezondheidszorg als geheel. Was de huisartsenzorg decennialang een stralende parel aan het firmament van de Nederlandse gezondheidszorg, nu dient deze parel opgepoetst te worden om verdere afkalving te voorkomen. Hiervoor is creativiteit, samenwerking, ondernemerschap en veerkracht van huisartsen nodig. Ketenpartners, politiek, gemeenten en zorgverzekeraars kunnen enorm bijdragen aan optimale randvoorwaarden. Verder is inventariserend onderzoek nodig naar bijvoorbeeld de redenen waarom huisartsen afhaken en de vraag hoe de nieuwe generatie de kernwaarden van het huisartsenvak wil vormgeven. Ten slotte roepen we op om, vanuit het perspectief van de toekomstige praktijk, mooie praktijkvoorbeelden te beschrijven ter lering en inspiratie.

Hoofdauditor en huisarts z.p. Paul Giezen en Marco Krukerink, huisarts, maken in deze podcast de balans op en poetsen in dit gesprek van circa 40 minuten de parel van onze gezondheidszorg op.

Giesen PH, In ’t Veld CJ. De Nederlandse huisartsenzorg kraakt én toont veerkracht. Huisarts Wet 2024;67:DOI:10.1007/s12445-024-2774-5.
Belangenverstrengeling: niets gemeld.

Literatuur

Reacties (9)

Van den Broeck… 16 mei 2024

Hierbij een succesverhaal ter inspiratie...

Bladerend door H&W nummer 4 werd mijn blik ineens gevangen door de foto van mijn oud opleider, zwaaiend voor het raam. Plots was ik weer terug in mijn eerste jaar als aios. Onzeker, onwetend, onhandig en met mijn ziel onder mijn arm, werd ik liefdevol opgevangen door mijn opleiders en met groeiend vertrouwen meegenomen in het vak als huisarts. Enorm veel geleerd, niet alleen op medisch vlak, maar ook in de samenwerking binnen een praktijk, in goede en slechte tijden. Uitgebreide leergesprekken die letterlijk overal konden en mochten gaan. Daar werd de basis van mijn "huisarts zijn" gelegd. In het derde jaar kwam ik bij een vrijgevestigde huisarts terecht, een door de wol geverfde praktijkhouder. Nog meer verdieping, nog meer leren en over mijzelf ontdekken, en over wat patiënten en personeel allemaal bezig kan houden. Ervaren hoe het is om in een fijn team te werken en voor vol te worden aangezien, ook al bleef het gevoel toch nooit zoveel te kunnen en te onthouden als mijn opleider... Na het afstuderen eerst een tijd waargenomen, snuffelend aan verschillende praktijken merkte ik gaandeweg dat eigen regie hebben en een eigen stempel kunnen drukken op praktijkvoering belangrijk voor mij was. Ik werd via mijn derde jaarsopleider geïntroduceerd aan mijn maat, die ook door deze opleider was opgeleid. Zo begonnen we samen, als 2 jonge huisartsen een nul praktijk in 2010. We verbouwden eigenhandig een woonhuis tot wacht- en spreekkamer, waren om de beurt in de praktijk aanwezig en met een mobiel op zak aan het flyeren in de buurt, terwijl de ander geld verdiende met waarneming en diensten. 7 dagen per week aan de bak dus, schouders eronder en blik vooruit. Keihard werken: dat konden we wel! In de beginjaren ook behoorlijk wat eelt op de ziel gekregen, niet iedereen was blij met onze komst, we hebben onze strepen moeten verdienen. We bleven trouw aan onszelf en hielden vol, zochten verbinding met de juiste partijen. We groeiden snel, en kregen een goede reputatie, met fijne patiënten die met ons meeleefden en meegroeiden. Na een paar jaar huren zetten we de grote stap: we bouwden een eigen praktijk. Bloed, zweet en tranen, talloze uren van ons leven hebben we hier ingestopt. Mooie ruimtes met daglicht en van alle gemakken voorzien, helemaal naar eigen smaak en wensen ingericht. Zelf enkele jaren later nog 3 extra spreekkamers aangebouwd, waardoor we nu, mei 2024, een compleet voltooide prachtige praktijk hebben. Soms wordt de vraag gesteld: zou je nog een keer deze weg kiezen, wetende wat je nu weet? Mijn antwoord: volmondig JA!! Het enige wat ik anders zou doen is meer genieten en vaker stil staan bij alle successen die we hebben meegemaakt! Ik ben trots op onze praktijk inclusief alle toppers van collega's! 

Trotse eigenaar en huisarts Wendy

Paul Giesen 20 mei 2024

Beste Wendy,

Wat een prachtig en herkenbaar verhaal. Je beschrijft een met jou gang naar praktijkhouder hoe het wél kan. Leuk voorbeeld ter inspiratie en te delen met collega's en waarnemers. 

Van den Broeck… 20 mei 2024

Dag Paul,

ons succesverhaal delen we regelmatig, ook aan de diverse huisartsen in opleiding die we inmiddels hebben opgeleid! 

Annet Dam 26 maart 2024

Goed artikel.

Het advies in kansen denken. Ik denk dat de gemiddelde huisarts van nature in kansen denkt, wij houden van ons vak.

Tussen de regels door kritiek op de klagende huisarts. Het is met andere woorden ook onze eigen schuld. 

En, de randvoorwaarden zullen niet verbeteren wanneer wij ons niet laten horen. De huisartsenzorg staat onder druk! En onderstaande organen zullen niet in beweging komen wanneer we het zelf weer oplossen.Het is vijf voor twaalf.

Kans: 

‘Ketenpartners, politiek, gemeenten en zorgverzekeraars kunnen enorm bijdragen aan optimale randvoorwaarden ‘ 

Paul Giesen 29 maart 2024

Beste collega,

Hartelijk dank voor je reactie. We zitten grotendeels op dezelfde lijn. Wij zullen zelf als beroepsgroep in beweging moeten komen én externe partijen moeten mobiliseren.

De oproep aan de beroepsgroep is dan ook: werk alle zeven door ons genoemde punten verder uit in een actieplan! De tijd van achteroverzitten en klagen is voorbij!

Annet Dam 3 april 2024

Wellicht miscommunicatie. Mijn punt van kritiek op uw artikel is dat u onze geluiden  klaaggedrag noemt, niet leuk voor de opvolgers. 

Uw boodschap: 

Niet klagen maar dragen en de last glimlachend laten verzwaren en de kans is omdenken en zelf oplossen in de praktijk ? Hoe uitnodigend is dat. 

Derden staan erbij en kijken ernaar vanuit ivoren torens. 

De ivoren torens verplichten ons cursussen te volgen om positiever,leaner te werken voor meer kwaliteit. MTVP en positieve gezondheid en wat dies meer zei.

Zonder dat krijgen we ons eigen geld niet. Ik verwijs naar de zorgverzekeraar en overkoepelende organisaties. 

vriendelijke groet 

Ed Heystek 26 maart 2024

Wat een goed doordacht artikel. Probleem signaleren, analyseren en kansen zien. Maar wat jammer dat de auteurs het niet kunnen laten om ook nog even ongenuanceerd uit de bocht te vliegen. Waarom deze ene zin: "Commerciële ketens nemen huisartsenpraktijken over, met het risico op kwalitatief minder goede zorg tegen hogere kosten"?

Waarom zou ik als huisarts in dienst bij een praktijk die sinds 3 jaar is aangesloten bij "een commerciële keten", een praktijk waar ik alles bij elkaar inmiddels ruim 20 jaar huisarts ben, waarom zou ik nu ineens kwalitatief minder goede zorg aan het leveren zijn. En ook; hoe kan ik dat doen in deze "vrije markt" tegen hogere kosten? Waarop baseren de auteurs zich op het moment dat zij menen mij zo te mogen diskwalificeren?  Want dat is wel wat er gebeurt. Roepen dat een commerciële partij slechte zorg levert is roepen dat de artsen die daar werkzaam zijn slechte zorg leveren. De "commerciële ketens" sec leveren immers geen zorg, dat zijn nog altijd de huisartsen! Denk daar ook eens over na. Slechte zorg is vooral geleverd door de nu afscheid nemende "ondernemer"-huisartsen; zij hebben immers niet meebewogen met de tijd en zitten dus nu met een praktijk waar geen opvolger voor te porren is. Gelukkig zijn er dan nog echte ondernemers die de zorg voor de patienten van deze "ondernemer"-huisartsen kan waarborgen. Ondernemers die zorgen dat achter de schermen alles goed geregeld is, zodat de huisarts kan doen waar hij goed in is: huisarts zijn.  

Paul Giesen 2 april 2024

Beste Collega Heystek

Dank voor de reactie. Dit opiniërende artikel is bedoeld om de discussie rond de toekomst van de huisartsenzorg op gang te brengen en blijkens de reactie zijn we in deze opzet geslaagd. Wij zijn gestaafd in onze opinie door de bezoeken aan veel verschillende huisartsenpraktijken. Het is niet onze bedoeling om huisartsen die al jaren met hart en ziel werkzaam zijn in een praktijk, zoals dat bij u het geval is, te diskwalificeren.

Maar: naar onze indruk haalt u de praktijkorganisatie en de kwaliteit van de zorgverlener door elkaar: de huisarts kan goede zorg leveren, maar de manier waarop ketens van huisartsenpraktijken de huisartsenzorg invullen deugt niet. De continuïteit van zorg blijkt minimaal, patiënten kunnen niet rekenen op een verantwoorde huisartsenzorg. U kunt het dagelijks in het nieuws lezen: er is in veel gevallen sprake van uitgeklede zorg met afwezige huisartsen of mailende en beeldbellende, onbekende huisartsen op afstand. Het dreigt onze kernwaarden: continue, integrale en persoonlijke zorg en samenwerking ernstig aan te tasten. De voorbeelden uit bijvoorbeeld de tandheelkunde en de veterinaire geneeskunde stemmen ook niet optimistisch. Marktwerking en zorg met een winstoogmerk pakt niet goed uit.   

Ed Heystek 3 april 2024

Geachte collega Giessen,

Uw reactie nodigt uit tot toch weer een reactie van mijn kant. In uw reactie geeft u aan dat ik 2 zaken door elkaar zou halen; "praktijkorganisatie en kwaliteit van zorgverlener". Dat is precies mijn punt en precies wat u doet in de inleiding van uw artikel: (generaliserend) stellen dat commerciële ketens (praktijkorganisatie) slechte zorg verlenen (kwaliteit van zorgverlener). Deze twee hebben niets met elkaar te maken. Inderdaad is sinds onze praktijk is overgenomen door een commerciële keten de organisatie achter de schermen veranderd. Aan de zorg voor de patient is echter niets veranderd.

In uw reactie durft u ook te stellen dat "de continuïteit blijkt minimaal, patienten kunnen niet rekenen op verantwoorde huisartsenzorg". In onze praktijk is gewoon een vast team van huisartsen (HIDHA's en vaste waarnemers) dat al jaren stabiel is en al jaren ervoor zorgt dat onze praktijk alleen op de landelijk erkende feestdagen (naast de weekeinden) gesloten is. Hoezo geen continuïteit? 

"Dagelijks valt te lezen dat er uitgeklede zorg is". Ik wil niet ontkennen dat er veel niet goed gaat rond de nieuwe initiatieven. Ook de partij waar onze praktijk bij aangesloten is heeft in het begin kinderziektes gekend. Maar om hier nou in te blijven hangen en alle nieuwe initiatieven over 1 kam te blijven scheren vind ik niet blijk geven van objectiviteit. En vergeet vooral niet: wat je leest in de krant is dat wat nieuws is, dat wat opvalt, dat wat anders is dan we gewend zijn. Waar het goed gaat (met een commerciële organisatie) zul je niet lezen in de krant, immers; geen nieuws, dus niet sexy.

Verder lezen

De Nederlandse huisartsenzorg kraakt én toont veerkracht