Samenvatting
Roorda-Lukkien C, De Bock GH, Scholing C, Van der Meer K, Berger MY, De Fouw M, et al. Controle na borstkanker: voorkeuren van patiënten. Huisarts Wet 2015;58(8):417-9.
Uit onderzoek blijkt dat vrouwen met borstkanker specialistische nacontrole prefereren boven nacontrole door de huisarts. Door middel van een kwalitatief onderzoek wilden wij de voorkeuren van Nederlandse vrouwen met borstkanker wat betreft nacontrole in de eerste lijn versus de tweede lijn verder uitdiepen.
Met zeventig patiënten van het Registratie Netwerk Groningen hielden wij semigestructureerde interviews. Daarvoor maakten wij gebruik van een interviewleidraad. We hebben de interviews opgenomen en verbatim getranscribeerd. Twee onderzoekers hebben vervolgens onafhankelijk van elkaar een kwalitatieve en kwantitatieve inhoudsanalyse op de transcripten uitgevoerd. We hebben verschillen in codering tussen de onderzoekers besproken, totdat we consensus bereikten.
De meerderheid van de patiënten (43/56) had een voorkeur voor specialistische nacontrole, vergeleken met andere vormen van nacontrole. Meer dan de helft (39/68) zou nacontrole in de huisartsenpraktijk accepteren, onder de voorwaarden van goede communicatie tussen huisarts en specialist en voldoende kennis bij huisartsen over nacontrole. Patiënten noemden zowel voordelen als belemmeringen ten aanzien van de nacontrole in de eerste lijn. Voordelen waren: de persoonlijke aard van de huisarts-patiëntrelatie en de toegankelijkheid van de huisartsenpraktijk. Belemmeringen waren: beperkte kennis en vaardigheden, tijd en motivatie van huisartsen. Een andere belemmering betrof het vertrouwen van patiënten in de specialistische nacontrole.
Meer dan de helft van de patiënten stond open voor nacontrole in de eerste lijn. Mogelijk kan het vertrouwen in nacontrole door de huisarts toenemen als de communicatie tussen de eerste en tweede lijn verbetert en de kennis en vaardigheden van huisartsen worden vergroot door goede instructie en training.
Wat is bekend?
-
Uit eerder onderzoek blijkt dat vrouwen met borstkanker specialistische nacontrole prefereren boven nacontrole door de huisarts.
Wat is nieuw?
-
Hoewel de meerderheid van de patiënten in ons onderzoek een voorkeur had voor specialistische nacontrole, zou meer dan de helft nacontrole in de huisartsenpraktijk accepteren.
-
Dan zou wel de communicatie tussen huisarts en specialist goed moeten verlopen en zou de huisarts voldoende kennis over nacontrole moeten hebben. Patiënten noemden zowel voordelen als belemmeringen ten aanzien van nacontrole in de eerste lijn.
Inleiding
Borstkanker is de meestvoorkomende maligniteit en de belangrijkste oorzaak van kankergerelateerde sterfte onder vrouwen, zowel wereldwijd1 als in Europa.2 De toegenomen incidentie van borstkanker en de verbeterde overlevingskansen hebben geresulteerd in een toename van het aantal vrouwen met borstkanker in de voorgeschiedenis.3 Voor deze vrouwen is nacontrole belangrijk, gezien het risico op locoregionale recidieven en contralaterale tumoren,4 de specifieke problemen die deze vrouwen kunnen ervaren als gevolg van (de behandeling van) borstkanker567 en de aanwezigheid van comorbiditeit.89 Tot nu toe is het onduidelijk welke zorgverleners – specialisten, huisartsen, verpleegkundigen, of een combinatie van hen – verantwoordelijk moeten zijn voor de nacontrole.1011
Volgens de werkgroep ‘Kankerzorg in de eerste lijn’ van de signaleringscommissie van KWF Kankerbestrijding zouden specialisten zich – gezien de te verwachten groei van het aantal patiënten met kanker – meer moeten richten op de zorg rondom diagnostiek en behandeling.12 De eerste lijn zou dan behalve bij de vroege opsporing en herkenning ook een belangrijke rol moeten krijgen bij de nacontrole van patiënten met kanker.12 Acceptatie van deze nieuwe rol door de verschillende partijen, onder wie de patiënten, is daarbij van belang. Uit eerder onderzoek blijkt dat vrouwen met borstkanker specialistische nacontrole prefereren boven nacontrole door de huisarts.131415161718192021 Door middel van een kwalitatief onderzoek wilden wij de voorkeuren van Nederlandse vrouwen met borstkanker wat betreft nacontrole in de eerste lijn versus de tweede lijn verder uitdiepen.
Methoden
Met zeventig patiënten met borstkanker in de voorgeschiedenis hielden wij semigestructureerde interviews. Deze patiënten zijn geïncludeerd door huisartsen van het Registratie Netwerk Groningen. In een eerdere publicatie hebben we de in- en exclusie van patiënten beschreven.22 Patiënten die volgens hun huisarts konden meedoen aan het onderzoek ontvingen via de post een brief, een informatiefolder en een informed consent-formulier. Met patiënten die het formulier terugstuurden maakten we een afspraak. Tijdens de interviews gebruikten we een leidraad met open vragen over de voorkeuren van patiënten ten aanzien van de nacontrole voor borstkanker. Ter introductie bevatte de leidraad open vragen over de ervaringen van patiënten met de diagnose, behandeling en nacontrole van borstkanker, zodat patiënten eerst hun eigen verhaal konden vertellen. We hebben de leidraad op basis van de eerste tien interviews aangepast.
Een zesdejaars geneeskundestudent (CS) heeft de interviews uitgevoerd. Eén patiënte is op haar verzoek door een vrouwelijke onderzoeker (CR) geïnterviewd. De interviews zijn opgenomen op band en verbatim getranscribeerd. Twee onderzoekers voerden onafhankelijk van elkaar een kwalitatieve en kwantitatieve inhoudsanalyse uit op de transcripten. Vervolgens hebben we de verschillen in codering tussen de onderzoekers besproken, totdat we consensus bereikten. Omdat de gegevensanalyse na de gegevensverzameling plaatsvond is het punt van verzadiging niet tijdens de gegevensverzameling bepaald. Na het grootste deel van de interviews kwam er echter geen nieuwe informatie meer, wat wijst op verzadiging. We hebben alle interviewgegevens geanonimiseerd verwerkt en geanalyseerd.
Resultaten
De mediane leeftijd van de geïnterviewde patiënten ten tijde van het interview was 63 jaar (spreiding: 34-88 jaar). De mediane tijd sinds de diagnose bedroeg 7 jaar (spreiding: 1-23 jaar). De overige kenmerken van de geïnterviewde patiënten hebben we in een eerdere publicatie beschreven.22 De meerderheid van de patiënten (43/56) had een voorkeur voor specialistische nacontrole, vergeleken met andere vormen van nacontrole, zoals nacontrole door de huisarts (4/56), nacontrole door een verpleegkundige (2/56) en nacontrole afwisselend uitgevoerd door een specialist en/of huisarts en/of verpleegkundige (5/56). Twee patiënten wilden het liefst voor nacontrole naar de zorgverlener gaan die deze het best kon uitvoeren.
‘Ja, je zou zeggen de huisarts, omdat je die het beste kent. Maar ja, de chirurg heeft er toch meer verstand van. Ja, dan toch de chirurg.’ (P30, 48 jaar)
Meer dan de helft van de patiënten (39/68) zou nacontrole in de huisartsenpraktijk accepteren [tabel 1]. Eén patiënte zei deze te willen accepteren na vijf jaar nacontrole in het ziekenhuis. Een ander gaf aan alleen nacontrole door haar eigen huisarts te willen accepteren. Als redenen om nacontrole in de eerste lijn te accepteren noemden patiënten de vertrouwensband met de huisarts, de persoonlijke aandacht van de huisarts en de toegankelijkheid van de huisartsenpraktijk (dichtbij, laagdrempelig). Patiënten stelden echter ook voorwaarden aan de nacontrole door de huisarts: een goede communicatie tussen huisarts en specialist, en voldoende kennis bij de huisartsen over de nacontrole [tabel 2].
‘Nou, zou ik wel goed vinden… Als je ouder wordt, dan is dat voor ons heel mooi. Dat het dichtbij is en dan hoef je niet naar het ziekenhuis en dan heb je ook die afschuwelijke wachtkamer niet.’ (P58, 70 jaar)
‘Vind ik goed, mits hij wel overleg heeft met de verschillende artsen en op de hoogte blijft. Want over het algemeen is de huisarts iets minder op de hoogte van wat er echt speelt qua therapieën.’ (P10, 36 jaar)
Ongeveer 40% van de patiënten (28/68) gaf aan geen nacontrole door de huisarts te willen accepteren [tabel 1]. Patiënten maakten zich zorgen over de beperkte opleiding, kennis en ervaring van huisartsen op het gebied van kanker. Verder dachten zij dat huisartsen te weinig tijd beschikbaar zouden hebben en niet gemotiveerd zouden zijn om de nacontrole uit te voeren. Ook zeiden patiënten tevreden te zijn met de specialistische nacontrole en in specialisten meer vertrouwen te hebben dan in de huisarts. Andere barrières om nacontrole in de eerste lijn te accepteren hadden te maken met het missen van de diagnose borstkanker door de huisarts, de doorverwijsfunctie van de huisarts, het feit dat de huisarts niet betrokken was bij de behandeling, de uitvoering van mammografie in het ziekenhuis en met korte lijnen in het ziekenhuis [tabel 2].
Tabel1Acceptatie van nacontrole voor borstkanker in de eerste lijn (n = 68)Open tabel
n | % | |
---|---|---|
Ja | 39 | 57,4 |
Nee | 28 | 41,2 |
Neutraal | 1 | 1,5 |
Tabel2Acceptatie van nacontrole voor borstkanker in de eerste lijn: redenen/voorwaardenOpen tabel
Ja: redenen/voorwaarden |
|
|
|
|
|
|
Nee: redenen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
‘Ik denk hoe kundiger je vingers zijn, hoe sneller je ook iets opspoort… En een huisarts heeft net iemand met een snotneus gehad, en ik kom er tussendoor met mijn borsten, want er zit ook een meneer met een zere teen te wachten. Voor mijn gevoel lijkt het beter om iemand die daar dagelijks mee bezig is dat te laten doen.’ (P44, leeftijd 61 jaar)
Beschouwing
Door middel van dit kwalitatieve onderzoek hebben wij de voorkeuren geëxploreerd van Nederlandse vrouwen met borstkanker wat betreft nacontrole in de eerste lijn versus de tweede lijn. De kracht van dit onderzoek is dat we beschikten over de interviewgegevens van een groot aantal patiënten.22 Daardoor konden wij zowel een kwalitatieve als een kwantitatieve inhoudsanalyse uitvoeren. Verder betrof het onderzoek patiënten van verschillende leeftijden (34-88 jaar), bij wie de diagnose borstkanker 1 tot 23 jaar eerder was gesteld. Tegelijkertijd kan de vraag worden gesteld of de voorkeuren van vrouwen bij wie de diagnose lang geleden is gesteld relevant zijn voor een uitspraak over de nacontrole van patiënten anno 2015. In de richtlijnen is de nacontrole in de loop van de tijd immers aangepast. Zo is de aanbeveling van de frequentie van de nacontrolebezoeken teruggebracht tot eenmaal per jaar. Desondanks menen wij met dit onderzoek een beeld te kunnen schetsen van de visie van patiënten op nacontrole voor borstkanker in de eerste versus de tweede lijn. Een beperking van het onderzoek is dat we niet alle thema’s uit de interviewleidraad met alle 70 patiënten hebben besproken. Dit ontdekten wij tijdens de gegevensanalyse (die plaatsvond na de gegevensverzameling).
Net als patiënten in andere onderzoeken131415161718192021 hadden de patiënten van ons onderzoek22 een voorkeur voor specialistische nacontrole. Al eerder is gebleken dat patiënten een voorkeur hebben voor datgene wat zij het beste kennen:23 in ons onderzoek was dit de specialistische nacontrole. Wanneer de optie van specialistische nacontrole niet beschikbaar is, prefereren patiënten (uit Australië) huisartsen en verpleegkundigen die zijn gespecialiseerd in borstkanker.24 Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat patiënten tevreden kunnen zijn met nacontrole in de eerste lijn, ondanks hun voorkeur voor tweedelijnsnacontrole.13
Meer dan de helft van de patiënten uit ons onderzoek zou nacontrole in de eerste lijn willen accepteren. Ze noemden de persoonlijke aard van de huisarts-patiëntrelatie en de toegankelijkheid van de huisartsenpraktijk als voordelen van nacontrole in de eerste lijn, wat overeenkwam met de bevindingen van een onderzoek onder patiënten met borstkanker in Australië.1415 In ons onderzoek zagen de patiënten goede communicatie tussen huisarts en specialist, en voldoende kennis bij huisartsen over nacontrole als voorwaarden. Beperkte communicatie tussen huisarts en specialist en beperkte scholing, kennis, ervaring, tijd en motivatie van huisartsen stond in ons onderzoek en in ander onderzoek141517192526 acceptatie van nacontrole door de huisarts in de weg.
Conclusie
Meer dan de helft van de patiënten stond open voor nacontrole in de eerste lijn. Mogelijk kan het vertrouwen van patiënten in de nacontrole in de eerste lijn toenemen als de communicatie tussen huisarts en specialist verbetert en als de kennis en vaardigheden van huisartsen door goede instructie en training worden vergroot.
Dankwoord
Wij bedanken de geïnterviewde vrouwen voor hun deelname aan dit onderzoek. Onze dank gaat ook uit naar de huisartsen voor hun hulp tijdens de gegevensverzameling in de huisartsenpraktijken en voor het includeren van de vrouwen met borstkanker.
Reacties
Er zijn nog geen reacties.